Willibrord 658-739

De Friezen worden christenen

Lees voor...

In 690 stapte Willibrord aan land op de plek waar nu Katwijk aan Zee ligt. Op die plek stroomde toen de Rijn de Noordzee in. Willibrord was een Engelse monnik. Hij kwam uit Noordoost- Engeland (Northumbrië). Willibrord had besloten om de Friezen te bekeren. Samen met een groep monniken wilde hij van de ongelovige Friezen christenen maken.

De Friezen en de Franken: waar liep de grens eigenlijk?

De Friezen bewoonden de kuststrook van de Westerschelde tot bij Dokkum. Dat is nu het gebied van Zeeland, Zuid- en Noord Holland en Friesland. Het gebied van de Friezen grensde aan het land van de Frankische koningen. Die waren al een eeuw eerder christelijk geworden. Clovis was de bekendste.

Een kerkje in Utrecht

In het grensgebied tussen de Friezen en de Franken lag ook het dorpje Utrecht. Een vaste grens was er niet. De Friezen en de Franken vochten nogal veel. Wonnen de Friezen, dan schoof de grens naar het zuiden. Wonnen de Franken, dan ging de grens weer een stukje naar het noorden. In de tijd dat een Frankische koning veel succes had, liet hij een kerkje bouwen in Utrecht.
Het stond op de plek waar nu de beroemde Domtoren staat. Niet veel later verwoestten de Friezen het weer.

Willibrord zocht steun en werd aartsbisschop

Willibrord was niet de eerste monnik die de Friezen wilde bekeren. Van zijn voorgangers wist hij al dat het bekeren van de Friezen niet gemakkelijk was. Dus ging hij eerst op zoek naar steun. Hij bezocht de Frankische koning verschillende keren en ging ook naar de paus in Rome. Hoewel er nog maar weinig bekeerde Friezen waren, benoemde de paus hem toch tot aartsbisschop van de Friezen.
In 696 ging Willibrord in Utrecht wonen. Hij herbouwde het verwoeste kerkje en stichtte een nieuwe kerk. De nieuwe kerk was ter ere van Sint Salvator, dat is een andere naam voor Jezus Christus.

Wodan en Donar of Jezus Christus

Vanuit Utrecht begonnen de monniken aan hun missie: de Friezen bekeren tot het christendom. De missionarissen trokken het Friese land in. Tegen het eind van Willibrords leven – in 739 – was het nieuwe geloof al goed verspreid over de kuststreek. In de rest van het Friese gebied ging het veel minder goed. De plaatselijke adel verzette zich krachtig. Ze beschouwde de missionarissen als vrienden van de Franken. Ze gaven hun eigen goden Wodan en Donar niet op. Dat gebeurde pas rond het jaar 800. Niet door de missionarissen, maar door het leger van Karel de Grote.


groep 7 en 8
inloggen