iiiiiiiIn de 19e eeuw gaan de meeste kinderen in Nederland niet naar school. Ze werken op het land, in de winkel of in de werkplaats. Kinderarbeid is dan heel normaal. Dan komt de Industriële Revolutie. Overal komen fabrieken die arbeiders nodig hebben. Ook kinderen gaan in de fabriek werken.
In de negentiende eeuw is het heel normaal dat ook kinderen werken. Soms al vanaf hun vijfde of zesde jaar. De hele dag, soms wel 12 uur lang. Ook op zaterdag. Hun vaders verdienen niet genoeg geld om van te leven. Daarom moeten moeders en kinderen ook geld verdienen.
Deze fabrieksmachine werkt op stoom. Door de uitvinding van de stoommachine verandert de manier waarop dingen gemaakt worden. Eerst werd eigenlijk alles met de hand gemaakt. Maar door de stoommachine kunnen producten in het vervolg met machines gemaakt worden. Met machines kun je de dingen veel sneller en goedkoper maken.
Dit is Samuel van Houten. Vanaf 1864 is hij lid van de Tweede Kamer. Hij vindt dat er een eind moet komen aan kinderarbeid. In 1874 wordt zijn wet tegen kinderarbeid aangenomen. In dit Kinderwetje van Van Houten staat dat kinderen onder de twaalf jaar niet langer in fabrieken mogen werken.
Dertien jaar na het 'Kinderwetje van Van Houten' onderzoekt de Nederlandse regering of fabrieken zich wel aan de wet houden. En wat blijkt? Dat gebeurt niet. Er werken nog steeds veel kinderen in de fabrieken. De regering maakt daarom extra wetten. Pas als in 1901 de Leerplichtwet er komt, wordt kinderarbeid echt onmogelijk.
Deze krantenbezorger is hard aan het werk. En ook jij doet thuis vast wel eens een klusje zoals je kamer opruimen, helpen met de vaat of de auto wassen. Maar dat is geen kinderarbeid.
In Nederland is kinderarbeid verboden. Maar in veel landen op de wereld is dat niet zo. Er zijn nog ongeveer 250 miljoen kinderen die kinderarbeid moeten doen! Waarom bestaat kinderarbeid nog steeds?