In 1933 werd Adolf Hitler de baas in Duitsland. Hij was de leider van een politieke partij. Aanhangers van zijn partij werden nazi's genoemd. Al snel wilde Hitler meer macht. Daarom viel hij in 1939 en 1940 grote delen van Europa aan, zoals Polen, België, Denemarken en Nederland.
Op 10 mei 1940 trokken Duitse soldaten Nederland binnen. Met grote tanks reden ze ons land in. Duitse vliegtuigen vlogen boven Nederland en overal werden bommen gegooid. Het centrum van Rotterdam werd bijvoorbeeld helemaal verwoest. Het Nederlandse leger kon de Duitse soldaten niet tegenhouden. Onze regering en de koningin vluchtten naar Engeland. De nazi's werden de baas in Nederland. Nederland was bezet.
De nazi's wilden geen Joodse mensen in hun land. En ook niet in de landen waar de Duitsers de baas waren. Daarom namen de Duitsers miljoenen mensen gevangen. Nederlandse mannen die niet Joods waren moesten in Duitse fabrieken werken. En Joden werden opgesloten in kampen.
In Nederland werden ongeveer 100.000 Joodse mannen, vrouwen en kinderen opgepakt. In de kampen kregen ze weinig te eten. Ze moesten er hard werken. Veel Joden werden in deze kampen vermoord door de nazi's. Hulp In 1944 werden de Duitsers in het zuiden van Nederland verslagen. Dat gebeurde door soldaten uit Engeland, Amerika en Canada. Deze landen hielpen de bezette landen in de strijd tegen Hitler.
Het noorden van Nederland was nog niet bevrijd toen de winter begon. Tijdens die koude winter gingen veel mensen dood omdat er geen eten was. Mensen aten zelfs tulpenbollen om te overleven.
Op 5 mei 1945 trok het Duitse leger zich terug uit het noorden van Nederland. Eindelijk was heel Nederland bevrijd. Nog altijd wordt elk jaar op 5 mei de bevrijding van Nederland gevierd.