De televisie vanaf 1948

Iedereen kijkt televisie

Lees voor...

Rond 1950 werden de eerste televisies in Nederland verkocht. Philips, een bedrijf uit Eindhoven, was de maker van dit nieuwe apparaat. Veel mensen waren bang dat de televisie het einde zou zijn van het ‘gezellige’ gezin. Philips vertelde in zijn reclames juist het tegenovergestelde. Ze lieten zien dat het thuis nog veel gezelliger zou worden als je allemaal samen naar de televisie keek.

In 1948 kon je alleen in Eindhoven tv-kijken

Philips had grote plannen: ze wilden heel Europa veroveren met hun televisies. Maar dat kon pas lukken als er in Nederland veel verkocht werden. Om daarvoor te zorgen, begon Philips in 1948 zelf met het maken en uitzenden van leuke televisieprogramma’s. In het begin kon je ze alleen in de buurt van Eindhoven zien. In 1951 namen de radio-omroepen – die toen nog niet in Hilversum maar in Bussum zaten – het televisie-experiment over. Met veel steun van Philips kwamen er ook uitzendingen voor het westen van het land. Daar woonden namelijk nog veel meer mensen die een televisie konden kopen.

Nederland moest zuinig zijn

Willem Drees was toen minister-president en hij wilde dat iedereen zuinig was. Maar dat lukte niet. De mensen wilden juist graag zo’n nieuw apparaat kopen. Rond 1961 waren er al een miljoen televisies in Nederland. Er was twintig uur per week van alles te zien op tv: series, sportwedstrijden en het journaal.
In 1970 had bijna elk gezin een zwart-wittelevisie. Sommigen hadden zelfs al een kleurentelevisie.

De televisie veranderde alles

Vroeger was de eettafel het midden van de huiskamer. Nu was dat de televisie. Iedereen moest vanaf de bank of een luie stoel de tv kunnen zien. Maar er veranderde nog meer. Toen er nog geen tv was, speelden mensen heel veel spelletjes. Dat werd een stuk minder. Rond 1970 keken de mensen iedere dag anderhalf uur televisie.

Televisie, daar word je suf van, zeiden ze

De mensen die tegen de televisie waren, vonden dat de televisie je suf maakte. In plaats van zelf iets te doen, hing je maar voor de tv.
De mensen die voor de televisie waren, zeiden juist dat de televisie het gezin nog gezelliger maakte. Ze vonden het ook goed dat je er zoveel van leerde. Want op tv werd over van alles gepraat en daardoor kon je beter je mening vormen.
De meeste mensen keken ook naar hetzelfde programma (er was tot 1964 maar één televisiezender). De volgende dag konden ze daar dus met elkaar over praten. Vooral programma's over seks en godsdienst zorgden voor veel discussie. Maar ook de jeugd die zo anders was, met hippies en popmuziek, zorgden voor heftige gesprekken.

En nu hebben we kabeltelevisie en internet

Tegenwoordig zijn er veel meer zenders en zie je programma’s van over de hele wereld. Die komen binnen via de kabel, de satelliet of het internet. We kijken veel meer televisie dan in 1970, maar samen televisiekijken gebeurt juist minder. Veel kinderen hebben een eigen televisie op hun kamer. Maar ook de computer en het internet zorgen ervoor dat we steeds vaker alleen iets aan het doen zijn.


groep 7 en 8