In Midden-Amerika, in het Caribisch gebied, liggen de eilanden Curaçao, Aruba, Bonaire, Saba, Sint Maarten en Sint Eustatius. Deze eilanden horen bij het Koninkrijk der Nederlanden. Vroeger werden ze de Nederlandse Antillen genoemd. Ze liggen vlak bij Suriname. Ook dit land hoorde jarenlang bij Nederland. Maar sinds 1975 is Suriname geen kolonie meer.
De Nederlandse kolonie Nederlands-Indië werd tijdens de Tweede Wereldoorlog bezet door Japan, een land dat de nazi's steunde. Andere Nederlandse kolonies, zoals de Nederlandse Antillen en Suriname, hadden geen last van de oorlog. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef Nederland er gewoon de baas.
Toch veranderde er na de oorlog iets in de Nederlandse Antillen en Suriname. Voortaan mochten de inwoners zelf hun land besturen. Ook kregen ze kiesrecht. Deze afspraken werden in 1954 opgeschreven. In een soort grondwet: het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden.
Twintig jaar later wilde Suriname helemaal zelfstandig worden. Het land wilde niet langer een deel zijn van Nederland. De Nederlandse ministerpresident Joop den Uyl vond dat prima. En zo werd Suriname op 25 november 1975 een vrij land.
In Suriname wist niemand wat er zou gebeuren als Suriname een vrij land werd. Maar de mensen daar moesten wel kiezen of ze Nederlander wilden zijn of Surinamer. Rond 1975 vertrokken ongeveer 130.000 Surinamers naar Nederland.
Sinds 1996 is het eiland Aruba een zelfstandig land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Nederland praatte vanaf 2005 ook met andere eilanden over meer zelfstandigheid. Op 10 oktober 2010 hielden de Nederlandse Antillen op te bestaan. Curaçao en Sint Maarten zijn nu ook zelfstandige landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Bonaire, Sint Eustatius en Saba horen nog wel bij Nederland. Ze zijn een soort verre gemeenten van Nederland. Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat sinds 10 oktober 2010 dus uit vier landen: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten.