De Statenbijbel 1637

Het boek der boeken

Lees voor...

Voor christenen is de bijbel het belangrijkste boek dat er is, omdat het de door God geopenbaarde waarheid ofwel 'het woord van God' bevat. Een van de strijdpunten van de Reformatie was de vraag voor wie de bijbel bedoeld was. De katholieke geestelijkheid was van mening dat de bijbel liefst niet door gewone mensen gelezen moest worden; die konden in de kerk luisteren naar de uitleg van de geestelijken, die de bijbel in het Latijn lazen. Zij traden op als bemiddelaars tussen God en de gelovigen.
De protestanten daarentegen meenden dat iedere gelovige zelf de bijbel hoorde te lezen en dat een predikant in de eerste plaats een dienaar van het woord van God was. Het was zijn taak Gods woord door middel van bijbellezing en schriftuitlegging tot de gemeente te laten spreken. Dat betekende dus ook dat de bijbel in de eigen taal beschikbaar moest zijn, liefst in een zo betrouwbaar mogelijke vertaling. De hervormer Luther vertaalde rond 1535 dan ook de bijbel vanuit de grondtalen in het Duits. Van die Luthervertaling werden in de zestiende eeuw ook een aantal vertalingen in het Nederlands gemaakt.

In de loop van de tijd werd in de gereformeerde kerk de roep steeds groter om een nieuwe vertaling die gebaseerd was op de oorspronkelijke handschriften van de bijbel in het Hebreeuws en het Grieks. In 1618 gaf de belangrijkste kerkelijke vergadering van de gereformeerden, de synode, die toen in Dordrecht gehouden werd, opdracht om zo'n vertaling te maken, naar het voorbeeld van de Engelse Authorized Version (de 'King James' Version' uit 1611). De Staten-Generaal werd gevraagd de vertaling te financieren.

Pas in 1626 stemden de Staten-Generaal daarmee in, waarna de vertalers aan de slag gingen. Negen jaar later was de vertaling gereed, en in 1637 mocht de Statenvertaling of Statenbijbel voor het eerst gedrukt worden. Tussen 1637 en 1657 werden een paar honderdduizend exemplaren gedrukt. Ruim driehonderd jaar bleef de Statenbijbel de belangrijkste bijbel in de gereformeerde kerken, en ook vandaag nog zijn er kerkgenootschappen die hem gebruiken. Inmiddels is er ook een 'herziene Statenvertaling'.

In de loop van de tijd zijn dus grote groepen door preek en bijbellezing vertrouwd geraakt met de 'tale Kanaäns' van de Statenbijbel, die dan ook een groot stempel heeft gedrukt op de Nederlandse cultuur. Aan de Statenvertaling ontleende uitdrukkingen als 'op handen gedragen', 'in het zweet zijns aanschijns' en 'een lust voor het oog' zijn niet meer weg te denken uit de Nederlandse taal.


primair onderwijs