En toen was de Gouden Eeuw voorgoed voorbij. In de tweede helft van de 18e eeuw raakte de Republiek der Verenigde Nederlanden in een crisis. In de financiële wereld ging het nog goed, maar dat loste de grote werkloosheid niet op. Engeland had de plek van Nederland overgenomen en was nu handelsland nummer 1. In Europa telde onze Republiek nauwelijks meer mee. Dat werd nog eens pijnlijk duidelijk in de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784). De Republiek verloor.
In de crisis kwam een nieuwe politieke groep naar voren, de
burgers. Tot dan toe hadden de 'gewone' burgers geen stem in het
bestuur. Niet van hun stad en niet van hun land. Willem V was de
stadhouder. Hij was beslist geen koning, maar hij gedroeg zich
wel zo, vonden de burgers. Ze zeiden dat hij veel te veel macht had
en dat hij de schuld was van de crisis. Deze
kritische burgers noemden zich 'patriotten'.
Op 26 september 1781 verscheen er een belangrijke brief van de
patriotten. Hij heette 'Aan het volk van Nederland'. De schrijver
ervan maakte zich niet bekend. Het gevolg was dat er een
enorme
discussie losbarstte over de politiek in Nederland.
Aan de ene kant stonden de aanhangers van Willem V, aan de andere kant de patriotten. Sommige bestuurders liepen over naar hun kant. Beide partijen overspoelden het land met spotprenten, brieven en tijdschriften. Daarin werd precies uitgelegd hoe de Republiek in elkaar zat en waarom er een crisis was. Natuurlijk bedachten ze ook oplossingen. Een tijdschrift met veel invloed was 'De Kruyer'.
Langzaam kwam er ook iets anders naar boven in de discussie. Mensen voelden zich niet meer alleen inwoner van een stad of gewest, maar ook burger van het land. Daarom werd 'trots zijn op hun land' steeds belangrijker. De patriotten wilden dat de Republiek der Verenigde Nederlanden niet een groep gewesten was die samenwerkten, maar echt één land. Een twistpunt daarbij was de vraag hoe burgers inspraak in de politiek moesten krijgen.
De patriotten richtten 'vrijkorpsen' op. Dat waren verenigingen van gewapende burgers. Ze wilden de macht overnemen. Stadhouder Willem V voelde zich al snel niet meer veilig in Den Haag en trok zich terug in Nijmegen. In 1787 stuurde de koning van Pruisen zijn leger om de orde te herstellen. Hij deed dat op verzoek van zijn zus Wilhelmina, de vrouw van Willem V. De vrijkorpsen van de patriotten konden niet op tegen de goed getrainde Pruisische soldaten. Ze verloren de opstand. In 1795 kwam er alsnog een einde aan de Republiek. De Franse Republikeinen hadden net hun eigen koning weggestuurd en kwamen de patriotten te hulp.