In januari 1856 gaat Eduard Douwes Dekker in Rangkasbitung wonen en werken, de hoofdstad van het district Lebak op Java. In Lebak ziet hij de machtsmisbruik tegen de plaatselijke bevolking. Hij doet een aanklacht tegen de regent van het district Lebak. Als zijn aanklacht wordt afgewezen door het Nederlands-Indische bestuur neemt Eduard Douwes Dekker ontslag.