Onderstaande veertien 'hoofdlijnen van de canon' zijn bedoeld als achtergrondtekst bij de vijftig vensters. Het zijn de rode draden door de geschiedenis van Nederland die de dwarsverbanden tussen de afzonderlijke vensters laten zien en zo kunnen helpen bij het aanbrengen van samenhang in de genoemde onderwerpen, voorwerpen, personen en thema's van de canon.
Dit land is grotendeels door mensenhanden 'gemaakt': bedijkt,
ingepolderd en ontgonnen. De aanpassing aan en de strijd tegen het
water is een rode draad in de geschiedenis van deze regio.
De Beemster; De
watersnood
De regio die nu Nederland heet, is een rivierdelta aan de
periferie van het continent Europa. Deze geografische ligging
bepaalt door de eeuwen heen de geschiedenis van dit gebied. Vanaf
4500 v.Chr. ontwikkelen zich hier agrarische samenlevingen en vanaf
het begin van de jaartelling is de regio een grensgebied van het
Romeinse rijk. In later eeuwen maakt de regio onderdeel uit van
andere grote rijken. Pas vanaf circa 1590 beginnen de eerste
contouren van het huidige Nederland zich op de kaart af te tekenen.
Nog vaak zullen de grenzen diepgaand worden gewijzigd.
De Romeinse Limes; Karel de Grote; Karel
V
Over de godsdienst van de vroegste bewoners van de regio is
weinig bekend, maar dankzij onder andere Tacitus weten we wel iets
van de goden die men hier te lande vereerde. Vanaf circa 600-700
worden de bewoners van de lage landen bij de zee bekeerd tot het
christendom. Kloosters worden centra van cultuur. In zestiende en
zeventiende eeuw wordt er vanwege de juiste leer oorlog gevoerd.
Tot op de dag van vandaag is het christendom een belangrijk kenmerk
van de Nederlandse cultuur.
Hunebedden; De
Romeinse Limes; Willibrord; Erasmus; De
Beeldenstorm; De Statenbijbel
De eerste geschreven woorden in het Nederlands die we hebben
dateren van ca. 1100. Ze zijn geschreven door een Vlaamse monnik.
Drukwerk in de 'moederstaal' komt pas in vijftiende eeuw op gang.
Lang wordt er door sommigen nog geschreven en gesproken in het
Latijn (wetenschap) en in het Frans (elite). Regio's hadden hun
eigen dialecten. Toch bestaat er een lange traditie van
Nederlandstalige literatuur. De taalgrens loopt niet parallel met
staatkundige grenzen.
Hebban olla vogala; De Statenbijbel; Max Havelaar; Annie M.G. Schmidt
Vanaf circa 1100 vindt hier verstedelijking plaats en ontstaan
er handelsknooppunten. Eerst ligt het zwaartepunt in het zuiden
(Vlaanderen en Brabant), vanaf circa 1500 ook sterk in het Noorden
(Holland). Holland en Zeeland zijn vanaf circa 1600 een belangrijk
handelsknooppunt in Europa. Die functie heeft Nederland op dit
moment nog steeds.
De Hanze; De
grachtengordel; Haven van
Rotterdam
De steden met hun burgers hebben andere belangen dan de adel. De
eerste tekenen van die belangentegenstelling doen zich al vroeg
voor. In de late middeleeuwen probeerden Bourgondische vorsten de
'Lage Landen' onder één bestuur te brengen, maar deze politiek
roept verzet op van steden en adel. In de zestiende eeuw mengt dit
verzet zich met de roep op kerkhervorming. Een oorlog breekt uit en
edelmannen worden 'geuzen'. Willem van Oranje groeit uit tot leider
van de Opstand en heet daarom 'vader des vaderlands'. Na zijn
gewelddadige dood in 1584 ontwikkelt zich de bijzondere politieke
structuur van 'de Republiek'. Kenmerkend voor de Republiek:
bestuursmacht van regenten; zwak centraal gezag;
godsdiensttolerantie.
Floris V; Karel V; De Beeldenstorm; Willem van Oranje; De Republiek; Hugo de
Groot; Spinoza; De grachtengordel
In de zeventiende eeuw is de Republiek der Zeven Verenigde
Nederlanden een grootmacht in Europa: economisch, politiek en
cultureel. Kort, maar hevig. Immigranten (joden, Vlamingen,
hugenoten) spelen in die bloei een grote rol.
Op cultureel gebied is met name de omvang en kwaliteit van de
zeventiende-eeuwse schilderkunst opmerkelijk. Economisch gezien
waren dat de scheepvaart, de stapelmarkt, de hoog ontwikkelde
landbouw én de nijverheid. Ook verwierven Nederlandse geleerden
internationale roem met uitvindingen op het technische vlak.
Politiek gezien had de Republiek een uitzonderlijke staatsvorm op
een continent waar koninkrijken de regel waren. Met het rampjaar
1672 begint aan deze ongekende bloeiperiode een einde te komen.
Daarna is de Republiek een bescheiden speler op het Europese
toneel, afhankelijk van wat de Europese grootmachten voor
speelruimte geven. Ook economisch en cultureel is de Republiek
vanaf het einde van de zeventiende eeuw minder toonaangevend in
Europa.
Hugo de Groot; Rembrandt; De Atlas
Major van Blaeu; Michiel de
Ruyter; Christiaan Huygens; Spinoza; Buitenhuizen
Vanaf circa 1600 bevaren Nederlandse schepen de oceanen. Het
zwaartepunt van de handel ligt in Europa, maar daarnaast wordt
handel gedreven in Azië, Afrika en Amerika. In Azië en Amerika
worden koloniën gesticht. Op de drie continenten handelen de
Nederlanders ook in slaven. In de 19de eeuw leidt centralisatie van
Nederlands bestuur in koloniën tot langdurige oorlogen. Nederland
heeft tot op de dag van vandaag sterke banden met Indonesië,
Suriname en de Antillen.
De VOC; De Atlas
Major van Blaeu; Slavernij; Max Havelaar; Indonesië; Suriname en de Nederlandse Antillen;
Veelkleurig Nederland
In de tweede helft van de 18de eeuw ontstaat mede onder invloed
van de Verlichting in brede kringen van de bevolking behoefte aan
het verwerven en verspreiden van kennis. Nieuwe ideeën over de
inrichting van staat en maatschappij worden geuit. Pogingen van de
patriottenbeweging om de macht van de stadhouders te beperken en de
burgers meer invloed te geven mislukken aanvankelijk.
Tussen 1795 en 1848 wordt de huidige Nederlandse staat geformeerd.
De basis voor de eenheidsstaat wordt gelegd in de Franse tijd
(1795-1813). Na de nederlaag van Napoleon wordt Willem I, de zoon
van de laatste stadhouder, koning over een verenigd koninkrijk. Dit
'herstel' van de Nederlanden duurt niet lang, want het
revolutiejaar 1830 doet ook Brussel aan. In 1848 worden met de
Grondwet van Thorbecke de grondslagen gelegd voor de
constitutionele monarchie die Nederland nu nog altijd kent. Het
koninkrijk wordt nu een kleine mogendheid die de neutraliteit
koestert.
Buitenhuizen; Eise Eisinga; De
patriotten; Napoleon Bonaparte; Koning Willem I; De
Grondwet
Vanaf circa 1870 groeien Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en
Utrecht uit tot de grote steden. Industrialisatie vindt hier
(relatief laat) plaats. Wat eerder begint ook de aanleg van het
huidige spoorwegnet. De afstanden worden kleiner: de eenwording van
Nederland.
De roep om gelijke rechten wordt luider. 'Gewone' burgers eisen
invloed in de samenleving en de politiek. Dit mondt in 1917 en 1919
uit in algemeen kiesrecht voor respectievelijk mannen en vrouwen.
'Moderne' kunstenaars beschouwen zich niet langer als hoeders van
gevestigde kunsttradities en ontpoppen zich als vernieuwers van de
kunst. In de literatuur is dit streven terug te vinden bij de
'Tachtigers', in de schilderkunst bij impressionisten en
post-impressionisten en in de toegepaste kunst bij aanhangers van
de 'Nieuwe Kunst' (Art Nouveau) en het modernisme.
De eerste spoorlijn; Verzet tegen kinderarbeid; Vincent van Gogh; Aletta Jacobs; De Eerste Wereldoorlog; De Stijl
Als klein land probeert Nederland zich te onttrekken aan de
grote conflicten in Europa. Met de Eerste Wereldoorlog lukt dat,
maar na afloop daarvan wordt het land meegesleurd in de
wereldcrisis. De Duitse bezetting kent als grootste dieptepunten
het bombardement op Rotterdam, het deporteren en vermoorden van de
joodse bevolking en de hongerwinter. In Azië begint de oorlog in
1942, maar na de bevrijding van 1945 begint een nieuwe oorlog die
duurt tot 1949. De Tweede Wereldoorlog is 'het verleden dat weigert
geschiedenis te worden'.
De Eerste Wereldoorlog; De Stijl; De
crisisjaren; De Tweede
Wereldoorlog; Anne Frank; Indonesië
Na de oorlog wordt direct de 'wederopbouw' ter hand genomen. Na
deze jaren van zuinigheid en hard werken breekt vanaf het einde van
de jaren vijftig een grote verandering door in de levensstijl van
de Nederlandse bevolking. De verzorgingsstaat en de
welvaartssamenleving zorgen voor een radicale verhoging van de
levensstandaard. Daarnaast maken mensen zich los van vertrouwde
verbanden van kerk, zuil of gezin. Typerend zijn met name een
minder hiërarchische verhouding tussen ouders en kinderen, het
ontstaan van nieuwe rolpatronen tussen mannen en vrouwen en het
ontstaan van vrijere opvattingen over seksualiteit. Op politiek
gebied valt dit samen met een sterk democratiseringsstreven: het
gezag van de gevestigde elites wordt ter discussie gesteld.
Aletta Jacobs; Willem Drees; De
watersnood; De televisie; Haven van Rotterdam; Annie M.G. Schmidt; De
gasbel
Na de Tweede Wereldoorlog raakt Nederland gewikkeld in een
koloniale oorlog tegen de Indonesische onafhankelijkheidsbeweging.
Tijdens en na deze oorlog vertrekken Nederlanders, Indische
Nederlanders en Molukkers naar Nederland. Andere
immigratiebewegingen volgen: vanaf de jaren zestig arbeiders uit de
mediterrane landen, rond de dekolonisatie van Suriname (1975) uit
deze (voormalige) kolonie, later ook uit de Nederlandse Antillen en
tal van andere regio's. De Nederlandse samenleving verandert met
deze toegenomen immigratie. Tussen de gevestigden en de nieuwkomers
ontstaan de nodige spanningen.
Indonesië; Suriname en de Nederlandse Antillen;
Veelkleurig Nederland
Nadat de Tweede Wereldoorlog is ingeruild voor de Koude Oorlog
wordt Nederland in Europa een pleitbezorger van Atlantische en
Europese samenwerking. Na de beëindiging van de Koude Oorlog komt
de Europese samenwerking in een stroomversnelling. In deze fase is
Nederland ook actief bij vredesoperaties.
Srebrenica; Europa
Het is van belang dat er voorzichtig wordt omgesprongen met termen als 'Nederland', 'Nederlandse cultuur' en 'Nederlandse geschiedenis'. Immers, tot in de negentiende eeuw is het begrip 'Nederland' een anachronisme, en ook het adjectief 'Nederlands' blijft voor die vroege geschiedenis problematisch. Wanneer er in deze tekst sprake is van de geschiedenis van de Nederlandse taal en cultuur, het Nederlandse grondgebied en de Nederlandse staat, wordt in feite bedoeld 'op deze regio betrekking hebbend', zonder te suggereren dat die regio al die tijd een culturele, staatkundige, taalkundige of culturele eenheid vormde. Deze zaken worden behandeld als historische verschijnselen.