Hebban olla vogala ca. 1100

Het Nederlands op schrift

Lees voor...

Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic anda thu, wat unbidan we nu?
Dit is een Nederlandse zin, ook al is hij op het eerste gezicht nauwelijks meer te begrijpen. Het is dan ook zo ongeveer het vroegste Nederlands dat we kennen, zo'n duizend jaar oud. Letterlijk staat er: Hebben alle vogels nesten begonnen behalve ik en jij; wat wachten we nu, oftewel: 'Alle vogels zijn al aan het nestelen, behalve jij en ik; waar wachten we nog op?' Het zijn waarschijnlijk twee regels uit een liefdesliedje; de oudste Nederlandstalige lovesong, zou je kunnen zeggen.

Deze regels werden omstreeks het jaar 1100 als pennenproef neergeschreven door een Vlaamse monnik die in een Engels klooster verbleef. Zijn dagelijks leven was grotendeels gevuld met het overschrijven van Latijnse en Oudengelse teksten. Af en toe moest hij de ganzenveer waarmee hij schreef aanscherpen. Op de laatste bladzijde van het boek dat hij aan het maken was, probeerde hij uit of zijn pen weer goed schreef, alvorens verder te werken. In zo'n geval schrijf je vaak het eerste dat je te binnen schiet. Bij onze monnik was dat een liefdesversje dat hij nog uit zijn jeugd in Vlaanderen kende: Hebban olla vogala…

Het was dus niet meer dan een incident, dat slechts met de wijsheid van vele eeuwen later kan worden beschouwd als het begin van een nieuw fenomeen: het gebruik van de Nederlandse taal als medium voor een literatuur-op-schrift. Dat die vroege Nederlandstalige pennenvrucht tot stand kwam in een kloosteromgeving en bewaard is gebleven in een gewijd kloosterboek is natuurlijk geen toeval. Lang was het schrijven een aangelegenheid van monniken en werd het schrift vooral gebruikt voor de sacrale, Latijnse teksten van de kerk.


officiële versie