De Grondwet 1848

De belangrijkste wet van een land

Lees voor...

In de grondwet staat precies wie de macht heeft in een land en hoe hij die moet gebruiken. In de Nederlandse grondwet lees je bijvoorbeeld wat de koning(in) doet. Wat ze mag en wat ze niet mag doen. Ook de rol van de minister-president en de ministers staat erin beschreven.

De macht van elke Nederlander

De grondwet bepaalt hoe alle andere wetten moeten worden gemaakt en wat rechters moeten doen. En – heel belangrijk – in de grondwet staat hoeveel macht het Nederlandse volk heeft. Hoe we die macht kunnen gebruiken en wanneer. Verkiezingen zijn daar een goed voorbeeld van. Dan kan elke Nederlander mee bepalen wie er in de nieuwe regering komt.

Iedereen heeft recht op een eigen leven

De grondwet begint met de rechten die burgers in de Nederlandse staat hebben. Dat zijn de grondrechten. Er staat in dat burgers het recht hebben hun eigen leven te leiden zonder dat de staat zich met hun mening, hun geloof of de keuzes die ze maken bemoeit.

De grondwet belooft dat iedereen gelijk behandeld wordt

Artikel 1 van de Nederlandse grondwet belooft dat alle mensen door de staat gelijk worden behandeld. Het mag voor de staat niet uitmaken dat ze allemaal verschillend zijn en anders over dingen denken. Het mag ook niet uitmaken of ze het eens zijn met de regering of niet.
Daarna zegt de grondwet dat iedereen het recht op zijn eigen godsdienst heeft. We hebben het recht om over alles met elkaar te praten. We mogen iedereen vertellen hoe we ergens over denken, ook als iedereen dat kan horen.
Dit zijn een paar voorbeelden van rechten die een Nederlandse burger heeft, maar er zijn er natuurlijk nog meer.

Je mag veel, maar niet alles

De staat mag burgers alleen hun vrijheid afpakken als het echt nodig is. Dat kan bijvoorbeeld nodig zijn als die persoon een bedreiging is voor anderen. Als de Nederlandse staat iemand zijn vrijheid wil afpakken of beperken, moet het wel altijd volgens de wet gebeuren.

De koning is de baas, punt uit!

In de middeleeuwen was er geen grondwet. De koning was gewoon de baas. Hij had alle macht en hoefde zich nergens aan te houden. Later kregen sommige groepen mensen rechten. Maar pas vanaf het eind van de 18e eeuw heeft iedereen rechten. Vanaf dat moment moet iedereen die macht heeft zich aan de wet houden. Dit is voor Nederland in 1798 voor het eerst vastgelegd. De ‘Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden’ stamt uit 1815. Deze grondwet geldt nog steeds. De grondwet kan minder gemakkelijk worden gewijzigd dan andere wetten. Als de grondwet wordt veranderd, noemen ze dat een grondwetsherziening.

De koning kreeg minder te zeggen

Er zijn een paar grote grondwetsherzieningen geweest. Eén van de belangrijkste is die van 1848. Toen vond Koning Willem II het goed dat de grondwet werd veranderd. Dat was best bijzonder, want het betekende dat de koning – hij dus – minder macht kreeg en het volk meer.
Deze ‘Grondwet van 1848’ wordt gezien als het begin van de democratie. Een beroemde man – Thorbecke – heeft hem opgesteld.

Maar de mensen juist meer

Het volk kreeg wel meer macht in deze ‘nieuwe’ grondwet, maar stemmen mocht nog lang niet iedereen. Alleen rijke, edele en geleerde mannen kregen kiesrecht. Pas in 1917 kwam er kiesrecht voor alle mannen. Voor vrouwen duurde dat tot 1919. Zij mochten bij de verkiezingen in 1922 voor het eerst stemmen. Toen pas is het vrouwenkiesrecht ook in de grondwet opgenomen.


groep 7 en 8
inloggen