Nederland is een zelfstandig land, maar het staat niet alleen. Nederland is verbonden met de landen eromheen. Samen vormen ze Europa. De Europese landen werken op veel gebieden met elkaar samen.
Na de Tweede Wereldoorlog zagen de leiders van een aantal West-Europese landen dat het anders moest. Ze wilden voorkomen dat er ooit weer oorlog zou uitbreken. Ze bedachten dat de Europese toekomst moest liggen in samenwerken.
De samenwerking begon op het gebied van belangrijke
grondstoffen. Rond 1950 waren dat steenkool en staal. Steenkool
was toen de belangrijkste energiebron. Staal was hard nodig om
Europa weer op te bouwen na de oorlog.
In 1951 tekenden zes landen het Verdrag van Parijs. Daarmee was de
Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) opgericht. Het
verdrag regelde de
vrije handel in staal en steenkool tussen de zes landen:
Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland en Italië.
In 1957 zetten dezelfde zes landen de volgende stap: ze tekenen het Verdrag van Rome. Daarmee werd de Europese Economische Gemeenschap (EEG) een feit. Alle handel in alle producten was tussen de EEG-landen voortaan vrij. Maar de samenwerking ging nog verder. Om te zorgen dat er voldoende voedsel voor iedereen zou zijn en blijven, besloot de EEG de landbouw binnen de landen samen te regelen. Dat betekende ook dat de boeren een beter inkomen kregen.
Het Verdrag van Rome zorgde er ook voor dat EURATOM werd
opgericht. EURATOM moest onderzoek gaan doen naar
kernenergie. Het onderzoek was bedoeld om kernenergie te
ontwikkelen. Niet om in een oorlog te gebruiken in een bom, maar
als nieuwe energiebron.
De EGKS, de EEG en EURATOM zijn later samengebracht in één Europese
Gemeenschap (EG). De EG is later omgedoopt tot EU, Europese
Unie.
De Europese samenwerking was een groot succes. Veel andere
landen wilden ook lid worden. In stapjes werden nieuwe landen
toegelaten:
1973 Groot-Brittannië, Denemarken en Ierland
1981 Griekenland
1986 Spanje en Portugal
1995 Oostenrijk, Finland en Zweden
2004 Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen,
Slovenië, Slowakije en Tsjechië.
2007 Bulgarije en Roemenië
Inmiddels telt de Europese Unie 27 lidstaten.
Steeds meer landen: dat betekent ook steeds meer meningen en
wensen. Dat maakt het moeilijker om het samen eens te worden over
de toekomst van de EU en over wat het belangrijkste moet zijn. Dit
werd ook duidelijk toen Nederland en Frankrijk het voorstel voor
een Europese
grondwet afwezen.
Toch is een toekomst zonder Europa voor ons ondenkbaar. Het
grootste deel van onze handel gebeurt binnen Europa. Niet
alleen zijn de EU-landen
economisch sterk met elkaar verbonden. Doordat de mensen ook
vrij van land naar land kunnen gaan, raken we steeds meer gewend
aan het idee dat we Europeanen zijn.