'De grote depressie' of 'de crisisjaren', zo worden de jaren 1929-1940 meestal genoemd. Uit die woorden begrijp je wel dat het toen niet goed ging in Nederland, dat er veel problemen waren. En dat was ook zo. De economie van Nederland groeide niet, ging zelfs achteruit en er waren heel veel mensen werkloos. De regering besloot de werklozen te helpen met geld. Veel geld kregen ze niet. De regering was bang dat de werklozen anders lui zouden worden. Het geld dat ze kregen was net genoeg om de huur en wat eten te betalen. De regering wilde ook niet dat werklozen er stiekem toch een baantje bij namen. Daarom moesten werklozen één of twee keer per dag naar een stempellokaal. Zo hadden ze geen tijd om 'zwart' te werken. Bij het stempellokaal kregen ze een stempel in een boekje. Vaak moesten ze urenlang wachten in een lange rij voor een lokaal. De werklozen schaamden zich hiervoor.
Wikimedia Commons - Nationaal Archief