De Beeldenstorm 1566

Ruzie tussen katholieken en protestanten

Lees voor...

In de 16e eeuw werd het protestantisme populair bij veel mensen. Vooral in Nederland. Maar Karel de Vijfde was de baas in Nederland. En daarna zijn zoon Filips de Tweede. En zij wilden maar één geloof in hun rijk: het rooms-katholieke geloof. In 1566 kwamen de protestanten echt in opstand.

Edelen

Het begon op 5 april 1566. Die dag kwamen 200 protestantse edelen bij landvoogdes Margaretha van Parma. Margaretha van Parma was de dochter van Karel de Vijfde, zij was landvoogdes van Nederland. Als landvoogdes bestuurde zij het land namens haar broer, koning Filips de Tweede.

Kwaad

De edelmannen waren kwaad. Ze wilden niet dat protestantse mensen in de gevangenis werden gezet omdat ze een ander geloof hadden. De edelmannen wilden deze problemen in het land oplossen.

Geuzen

De katholieke Margaretha van Parma schrok. Zoveel boze edelmannen had ze niet verwacht. Maar haar raadsheer zei: 'Het zijn maar geuzen, bedelaars.' Margaretha van Parma wist niet wat ze moest doen. De boze edelmannen maakten een afspraak: voortaan noemden ze zichzelf geuzen.

Opstand

De geuzen lieten ook de mensen in het land weten dat ze boos waren. Ze vertelden de protestanten dat ze zich moesten verzetten tegen de katholieke kerk. Dat gebeurde uiteindelijk ook. Tijdens de Beeldenstorm kwamen de protestanten in opstand.

Roven

Overal in het land roofden protestanten katholieke kerken en kloosters leeg. Ze vernielden er beelden en kunstwerken, vandaar de naam Beeldenstorm. Mannen en vrouwen deden mee. Jonge en oude mensen, rijken en armen. De protestanten waren boos en ontevreden.

Calvinisten

Volgens sommige protestanten moesten alle heilige beelden en kunstwerken uit de kerk verdwijnen. En alle andere katholieke symbolen. Zoals de miswijn en de hostie. Deze protestanten werden calvinisten genoemd. Calvinisten wilden dat het christelijke geloof weer eenvoudig werd.


eenvoudige versie