Anne Frank 1929-1945

Jodenvervolging

Lees voor...

Anne Frank werd in 1929 geboren in een Joods gezin in de Duitse stad Frankfurt am Main. In de zomer van 1933 vluchtte het gezin naar Amsterdam. Hitler was in dat jaar in Duitsland aan de macht gekomen en maakte een begin met zijn politiek Joden uit het land te verdrijven.

Het gezin kreeg een woning in de Amsterdamse Rivierenbuurt. Anne ging daar naar school en leerde Nederlands spreken. Na de bezetting in mei 1940 nam de Duitse overheid ook in Nederland maatregelen om Joden af te zonderen van de rest van de bevolking. Voor Anne was het een ingrijpend moment toen zij afscheid moest nemen van haar medeleerlingen en onderwijzeres, en overgeplaatst werd naar een Joodse school. Joden moesten een davidsster gaan dragen, zodat zij herkenbaar zouden zijn op straat. Bij bioscopen, cafés of theaters verschenen bordjes 'Voor Joden verboden'. Vanaf juli 1942 zette de Duitse bezettingsmacht in Nederland een grote operatie in gang om de Joden af te voeren naar Oost-Europa. Joodse gezinnen kregen het bericht dat ze hun koffers moesten pakken om daar te gaan werken. Ze werden van huis opgehaald, op de trein gezet naar het doorgangskamp Westerbork in Drenthe en van daaruit naar vernietigingskampen in Oost-Europa gebracht. Meer dan 100.000 Joodse mannen, vrouwen en kinderen uit Nederland werden daar vermoord. In totaal zijn zo'n zes miljoen Europese Joden gedood.

Het gezin Frank dook in 1942 samen met vier andere mensen onder in een huis achter het bedrijf van vader Frank aan de Prinsengracht in Amsterdam. Daar begon Anne aan haar dagboek waarmee ze na de oorlog bekend werd. Ze schreef over haar ervaringen als jong, ambitieus meisje op een benauwd kamertje. Later - als ze weer vrij was - wilde ze schrijfster worden. Twee jaar lang wist de familie zich voor de Duitsers te verbergen, maar toen werden ze verraden en opgepakt. Anne stierf in 1945, vijftien jaar oud, in het Duitse concentratiekamp Bergen-Belsen. Ook haar zus stierf daar. Haar moeder kwam om in Auschwitz. Vader Otto Frank overleefde het kamp en keerde terug uit Polen.

Na de oorlog kreeg Otto Frank van Miep Gies, een vrouw die de familie bij de onderduik had geholpen, een stapel schriften overhandigd. Het waren de dagboeken van zijn dochter Anne. Hij ging er een paar uitgeverijen mee langs, en in 1947 werd het dagboek uitgeven onder de titel Het Achterhuis. Wereldberoemd werd het na een Amerikaanse toneelbewerking in 1955, net op tijd om het Achterhuis, dat op de nominatie stond om gesloopt te worden, te sparen.


officiële versie